photos/salon01.jpg
photos/salon02.jpg
photos/salon03.jpg
photos/salon04.jpg
photos/salon05.jpg
photos/salon06.jpg
photos/salon07.jpg
photos/salon11.jpg
photos/1454328763_salon12.jpg
photos/salon13.jpg
photos/salon14.jpg

Over de Salon en Salonnières

de Salon / Nora Schadee


Toen ik in een jaar of zeventien was, had ik de ambitie om er later een ‘literaire salon’ op na te houden. Ik kan me niet herinneren dat ik een welomschreven beeld van een dergelijke salon had, maar wel dat ik dacht dat het interessant en prettig zou zijn om regelmatig intelligente mensen over de vloer te hebben, die goede manieren hadden, konden denken, een briljante conversatie voeren, en af en toe iets uit hun werk zouden voorlezen of openhartig over dat werk praten. Misschien was ik daarmee nog niet eens zo ver vandaan van de drie trefwoorden van de 18de-eeuwse salon: politesse, civilité en honnetteté (beleefdheid, beschaving en oprechtheid). Maar in ieder geval leek mijn gedroomde salon geenszins op de salon die Lemonnier schilderde van de ontvangsthal van madame Geoffrin (1699-1780), op het moment dat daar De Chinese Wees, een toneelstuk van Voltaire, wordt voorgelezen.
(foto 1, wijs op de buste; Voltaire (1694-1778) geen salonganger, zat zelden in Parijs, liever bij z’n vriendin Emilie, marquise de Chatelet)

Mogelijk lijkt deze afbeelding evenmin op de salon van madame Geoffrin: De Wees van China werd in 1755 voor het eerst opgevoerd, en de voorlezer op het schilderij is de acteur Le Kaïen die toen de hoofdrol had, terwijl het schilderij uit 1812 dateert. Toen waren alle afgebeelde personen, onder wie Montesquieu, Diderot en Rousseau, al lang dood, en bovendien zullen ze wel nooit op enig tijdstip met z’n allen gezamenlijk in die salon aanwezig zijn geweest.
(foto 2, namen van de afgebeelden, en door naar 1 opnieuw de salon van Geoffrin)

Van die jeugdige ambitie van mij is natuurlijk niets terecht gekomen, ik had het talent er niet voor en de tijden zijn nogal veranderd sinds in Frankrijk de salons bloeiden.
In het vervolg van m’n verhaal zal ik me concentreren op de achttiende eeuw in Frankrijk, de tijd van de Verlichting, maar het kan geen kwaad om even iets van de voorgeschiedenis van de achttiende-eeuwse salon te vertellen. De naam als zodanig stamt uit zestiende-eeuws Italië waar adellijke dames wekelijks ontvangsten hielden in de grote hal van hun huis die Salone heette. Dat waren sociale bijeenkomsten voor en van de elite –sporen daarvan zijn nog tot in de twintigste eeuw zichtbaar gebleven, zelfs in Nederland, toen dames hun ‘jours’ hadden, dat wil zeggen receptie hielden op vaste dagen in de week. Couperus beschrijft in het eerste deel van De Boeken van de Kleine Zielen zo een jour van de vrouw van de minister van Koloniën, een bijeenkomst waar men voornamelijk naar toe ging om gezien te worden, binnen een beperkte kring van ‘ons soort mensen’, namelijk de adel en het stedelijk patriciaat, en mannen uit de wereld van de politiek.
De Franse salons hadden een andere tint en sfeer dan zowel de zestiende-eeuwse Italiaanse als het flauwe Nederlandse aftreksel dat Couperus beschrijft. De oorsprong van de Franse salon ligt namelijk bij (foto 4) madame de Rambouillet

Madame de Rambouillet (1588-1665), geboren in Rome in een adellijke familie, en op de aanvallige leeftijd van twaalf getrouwd met een Franse edelman die in 1612 markies de Rambouillet werd, en een functie bekleedde aan het Franse hof. Uit dit huwelijk werden zeven kinderen geboren, en dat is waarschijnlijk één van redenen waarom madame de Rambouillet niet zo vaak aan het Franse hof te vinden was. Een andere reden was dat het hof haar niet beviel: de toon was er ruw, en het barstte er van de intriges ten tijde van de minderjarigheid van Lodewijk XIV en later onder kardinaal Richelieu, ten tijde dus van de drie musketiers. En zo kwam ze er rond 1620 toe om, naar … >> download gehele lezing